Als factie baseren wij ons op onderstaande punten van eenheid. Op basis hiervan wordt (stem)discipline geheven.
Als factie baseren wij ons op onderstaande punten van eenheid. Op basis hiervan wordt (stem)discipline geheven.
1. Massapartij
We strijden voor een socialistische massapartij. Deze massapartij moet enerzijds sterk geworteld zijn in de arbeidersbeweging en daar interventies in kunnen plegen. Anderzijds moet deze eenheid smeden onder revolutionaire groepen. Er zijn echter op dit moment maar een zeer klein aantal relevante groepen in het Nederlandse socialistische landschap. Van die groepen is de RSP de grootste organisatie. De op één-na-grootste organisatie, de CPN, staat afwijzend tegenover een fusie. De belangrijkste manier om de socialistische massapartij te bereiken is daarom op dit moment niet het engageren met de bestaande linkse clubjes, maar het bouwen aan de RSP als partij. Daarbij moet de kwalitatieve ontwikkeling van onze leden voorop staan. Het engageren met andere socialistische groepen en de beweging is daarbij een manier om RSP van anderen te onderscheiden en te tonen dat we onsektarisch en democratisch ingericht zijn, met het recht op facties, en een principiële linkse, revolutionair-socialistische politiek voorstaan. Op die manier kunnen we de positie van de RSP in het huidige landschap versterken en dat is het machtigste wapen voor het smeden van eenheid van de marxistische beweging.
2. Professionalisering
De belangrijkste organisatorische vraagstukken zijn het lage politieke niveau en een veelal amateuristische, ongedisciplineerde houding binnen de partij. Daarbij zien we dat leden regelmatig centrale besluiten aan de laars lappen en vooral politieke minderheden terugvallen op federalistische neigingen. De RSP moet leden daarom sterker gaan scholen en werken aan een professioneel, gedisciplineerd kader. Het orthodox marxisme en het partijïsme (de partijstrategie) moet daar de leidraad voor zijn. Het orthodox marxisme zien wij niet als een dogma dat zich streng beperkt tot de schrijfsels van een enkel historisch figuur, maar als een stroming die marxisme als een wetenschap ziet en werd vertegenwoordigd door figuren zoals Marx, Engels, Lenin, Luxemburg en Trotski.
3. Programma
Onze partijdemocratie is van groot belang, maar we zien ook dat deze niet goed functioneert. Besluiten van onze congressen belanden regelmatig in een la, waar ze worden vergeten en gebrekkig worden uitgevoerd. Dit zien we ook bij ons partijprogramma: het leeft niet onder de leden en speelt maar een beperkte rol in de werking van onze organisatie.
Het programma is echter erg belangrijk voor een socialistische organisatie. Veel linkse sektes baseren zich op een bepaalde ‘traditie’. Daardoor blijven de formele politieke kaders onduidelijk en kan de leiding de politiek naar eigen inzicht invullen. Wij willen dit anders doen. Ons programma moet de basis zijn van onze agitatie, propaganda en actie. Wanneer wij ons huidige programma op deze manier gaan inzetten, verwachten wij dat daaruit blijkt dat dit programma ontoereikend is. Het programma moet daarom worden aangepast en op termijn worden vervangen door een programma dat representatief is voor onze linkse, revolutionair-socialistische politiek.
4. Seksisme
Seksisme binnen onze partij is een van de grootste obstakels op de weg naar een massapartij die de hele arbeidersklasse vertegenwoordigt. De bestrijding van seksisme en de bevordering van marxistisch feminisme moeten daarom intern geprioriteerd worden. Het is de taak van de gehele partij om seksistische gedragingen af te leren bij leden, waarbij mannelijke kameraden speciale verantwoordelijkheid dragen voor het aanspreken en scholen van andere mannen. Aanhoudend seksistisch of grensoverschrijdend gedrag moet hard bestreden worden met consequenties zoals schorsingen en royementen.
Naast seksistische gedragingen van individuele leden heerst er een bredere seksistische en masculiene cultuur binnen de RSP. Vrouwen voelen zich in deze cultuur vaak niet veilig en zelfverzekerd genoeg om zich te mengen in discussies of om posities van macht in te nemen. Om dit tegen te gaan dienen voorzitters van afdelingen, werkgroepen en andere organen structureel tegen dominant en masculien gedrag op te treden binnen en buiten vergaderingen. Er mag van mannen verwacht worden dat ze vrouwen aanmoedigen om machtsposities in te nemen. We streven naar de ontwikkeling van een cultuur waar vrouwen zich veilig voelen om in gelijke mate actief te zijn in de partij.
5. Interne cultuur
Deze culturele problemen binnen de RSP worden versterkt door een op momenten studentikoze of anderzijds problematische houding van een deel van de leden. Dit is een erfenis van de SP-tijd, waar sociale veiligheid voor vrouwen niet belangrijk geacht werd en incidenten structureel onder het tapijt geveegd werden. Ondanks dat onze organisatie, en in het bijzonder ROOD, belangrijke stappen heeft genomen in het verbeteren van de sociale veiligheid, schat een deel van onze partij dit onderwerp niet op waarde.
Deze leden zijn niet bereid om afstand te doen van de overblijfselen van deze studentikoze cultuur, en willen de mogelijkheid behouden om zich problematisch uit te laten. Daarmee wordt een onveilige cultuur, waarin seksistische uitingen en pestgedrag getolereerd moeten worden onder het mom van ‘vrijheid van discussie’, in stand gehouden. Wij verwerpen deze vorm van discussie en pleiten ervoor meningsverschillen binnen de partij zo politiek mogelijk te maken.
6. Marxistisch feminisme
De interne strijd tegen seksisme gaat hand in hand met een externe strijd. De RSP en ROOD dienen een progressieve politieke kracht te zijn op het gebied van feminisme. Dat doen we door publiekelijk marxistisch feministische politiek uit te dragen. Het huidige liberaal feminisme is schadelijk voor vrouwen. De RSP moet het marxistische standpunt van prostitutieabolitionisme actief uitdragen als een van de scherpste strijdterreinen waarin we ons af kunnen zetten van liberaal feminisme. Prostitutieabolitionisme moet actief worden verwerkt in feministische propaganda van de RSP en de partij moet werken naar een marxistische analyse van prostitutie die vervolgens uitwerking moet vinden in het partijprogramma.
7. Kampisme, stalinisme en patriottisch socialisme
Zowel extern als intern zien we de opkomst van zowel pro-Chinese, stalinistische of 'patriottisch-socialistische' elementen. Deze deviaties komen neer op verraad van de internationale arbeidersklasse en moeten door de partij bestreden worden. Intern moet dit vooral door middel van educatie en discussie, extern met agitatie en propaganda. We strijden voor een partij die haar middelen, intern en extern, inzet om de eigen analyse van de wereld te verspreiden en haar leden opleidt tot verspreiders van die analyse. Die analyse moet wat ons betreft principieel marxistisch zijn, en moet daarbij verder uitgewerkt en diepgaander zijn dan momenteel vaak het geval is.
8. Partijmedia
De partijmedia moet dit weerspiegelen: zij moet hoofdzakelijk een middel zijn voor de partij en haar afdelingen en moet onze analyse van de wereld naar buiten brengen. Afdelingen moeten de (sociale) media van de partij kunnen gebruiken bij interne en externe educatie, en de partijmedia moet dienen om leden vaardigheden bij te brengen. Dit vergt sterkere sturing vanuit het centrum. Het partijbestuur, het congres, de sociale mediawerkgroep en de Paraat!-redactie moeten daarbij meer onderwerpen aanwijzen voor schrijvers over onderwerpen die op dat moment relevant zijn voor de partij. Om dit adequaat en gezamenlijk uit te voeren is een algehele verhoging van het ideologisch niveau van de leden van ROOD en de RSP noodzakelijk.
Sterkere centrale sturing zal tot weerstand leiden onder leden die het niet eens zijn met de dominante lijn. Deze politieke strijd moeten we niet uit de weg gaan onder het mom van eenheid of pragmatisme. Juist door die politieke strijd aan te gaan op het congres, de ALV, in het IB en Prikbord en door de Paraat-redactie en de besturen op politieke basis te verkiezen, verhogen we het politieke niveau van onze organisaties en zorgen we ervoor dat de hele partij meewerkt aan onze analyses.
9. Pacifisme
De toenemende militarisering van de samenleving is een van de belangrijkste onderwerpen voor onze beweging op dit moment. Met de antimilitarismecampagne moet de RSP openlijk en definitief breken met het pacifisme. Deze stroming biedt geen toereikende oplossingen voor de arbeidersklasse. We moeten onze eis voor de volksmilitie onder democratische controle hier tegenover zetten. Deze eis is niet los te zien van ons doel: de socialistische revolutie, de machtsovername van de werkende klasse.
10. Internationalisme
Op internationaal gebied streven we naar de oprichting van een nieuwe wereldpartij. De RSP moet zich daarvoor focussen op het aangaan van structurele banden en de overgang naar een internationaal comité met partijïstische en orthodox marxistische organisaties zoals Marxist Unity Group uit de VS, Communist Unity uit Australië en Akcja Socjalistyczna uit Polen. Daarnaast moeten we groepen binnen bestaande partijen overtuigen van het orthodox marxisme en het partijïsme. We zien dit als een tussenstap naar de oprichting van een partijïstische internationale die zich kan ontwikkelen tot een wereldpartij.